Blinkvangers
De Clotilde, de laatste zeilende klipperaak
Voor het vervoer van de baksteen werden platbodems gebruikt.
Het schip de ‘Clotilde’, die nu in het Nautisch Bezoekerscentrum ligt, is een stille getuige uit deze periode.
Deze laatste authentieke zeilende klipperaak van 20 m lang is de stille getuige van het roemrijke scheepsbouwverleden langs de Rupel.
De Clotilde werd in 1910 gebouwd op de verdwenen scheepswerf De Wachter op 50 m. van de plaats waar ze nu definitief is opgelegd. Opdrachtgever was Egide Bal uit Niel, die het schip doopte met de naam van zijn echtgenote: Clotilde.
De Clotilde vervoerde, als een typisch schip uit het Scheldebekken, vooral baksteen uit de Rupelstreek, maar ook buskruit, suikerbieten en granen. Het vaartuig heeft ook een tijd gediend als magazijnschip van een baggerbedrijf.
Door de industrialisatie werd het schip buiten dienst gesteld. Het lag ongeveer 10 jaar te rotten aan de Rupelkant. Restaureren was onbegonnen werk. Omdat we het schip wensten te bewaren als ongerepte getuige kozen we ervoor om een Nautisch Bezoekerscentrum op te richten met de Clotilde als ziel.

De cursisten van de vzw De Steenschuit namen het schip onder handen en pasten een aantal conserverings- en schildertechnieken toe die tot doel hadden om de Clotilde voor de toekomst te bewaren. Het vlak en de romp werden dichtgemaakt, ontroest en behandeld. De rondhouten werden kaal gezet, vernist en geschilderd, de zijzwaarden ondergingen dezelfde behandeling. Er werden nieuwe houten vloeren in het ruim, roef en vooronder getimmerd.
In het ruim van de Clotilde kunnen wisselende tentoonstellingen worden georganiseerd, thematisch, informatief of artistiek.
Typische kenmerken
De Clotilde is een typisch vrachtschip dat alle karakteristieken heeft om baksteen te vervoeren. Vanuit de nautische vereisten zijn er diverse kenmerken belangrijk.
- IJzer
De Clotilde is gebouwd uit ijzer. Deze metaalsoort is gelaagd en bevat veel koolstof. Daardoor is het metaal brosser dan dat wat we nu kennen, maar roest het ook minder snel. Het liet zich met veel kracht in vorm slaan, eerst manueel, later met zware machines. Men kon het ook snijden, lassen was dan weer veel moeilijker. Dat is vooral voor herstellingen aan oude schepen lastig.
Deze ijzeren schepen werden geklonken. De plaatnaden liggen hierbij over elkaar. Er worden op regelmatige plaatsen gaten in geponst, daardoorheen komen gloeiend hete klinknagels die door gespierde mannen onmiddellijk werden platgeslagen. Deze lawaaierige techniek leverde een stevige, waterdichte constructie op.
- Het zeiltuig
- eenvoudig: een grootzeil en een fok (grootzeil achter de mast, fok voor de mast)
- strijkbaar: omdat de schepen geregeld onder de alsmaar talrijkere bruggen heen moesten, moest de mast geregeld worden neergelaten. Door dit systeem gaat dat op een eenvoudige manier en volkomen manueel
- massief houten mast en rondhouten (gaffel, bovenaan het trapeziumvormige grootzeil en de grootzeilboom onderaan dit zeil. Deze boom kon ook gebruikt worden om vracht te laden en lossen.
- De rompvorm

- lang gerekt zoals een aak ( cf. de Tjalk, de Otter en de Klipper en andere vormen van schepen voor de binnenvaart)
- vlakke bodem (omdat deze schepen dikwijls over ondiep water voeren)
- hoekige karakteristieken, waardoor er veel vracht in kon
- opbouw achteraan (paviljoen of roefje: de ruimte waarin een leefruimte voor het schippersgezin was ingericht: hier werd geslapen, gegeten, geleefd, koken deed men buiten in open lucht
- een enorm roerblad (typisch voor traag varende schepen, het roer is efficiënter naarmate de scheepssnelheid toeneemt. Hoe het schip precies werd bestuurd is niet duidelijk. Dit kan met een platliggend stuurwiel zijn geweest)
- brede zijzwaarden. Deze werden beurtelings langs de zijkant naar beneden gelaten. Door hun oppervlakte verhinderden ze dat de wind in de zeilen het schip dwars over het water zou wegblazen (driften).
- een achterkant (hek) in de vorm van een walvisstaart (om de vaareigenschappen te bevorderen moest het schip het water goed ‘loslaten’). De staartvormige achterkant zorgde ervoor dat de waterverplaatsing geleidelijk achter het schip weer samenkwam.
- de ‘genepen’ boeg. Hier is goed te zien dat het schip in twee helften aan elkaar werd geklonken. De boeg is ook redelijk plat, zodat de schepen maximale laadruimte hadden. Deze vorm is ook bepaald door de lengte van de toen beschikbare sluizen op de kanalen.
- een groot open laadruim met een houten vloer. Hierin werden de stenen of andere vracht opgestapeld. De stenen werden aanvankelijk met de hand geladen en gelost.
De Clotilde is een typische stevenaak. Dit is het laatste scheepstype dat voor de zeilvaart is gebouwd en ontworpen. De volgende stap was de gelijkende luxe motor en andere aaktypes.
- Geen motor
De Clotilde heeft nooit een motor gehad. Het is pas na de opkomst van de ontploffingsmotor dat vele, wat grotere vrachtschepen voor zowel de binnen- als de zeevaart met een hulpmotor werden uitgerust. Naarmate de motoren en de aandrijving krachtiger werden, zouden de zeiltuigages verdwijnen.
Van de Clotilde moeten tientallen, zo niet honderden exemplaren hebben rondgevaren.
In het ruim van de Clotilde worden nu wisselende tentoonstellingen georganiseerd, thematisch, informatief of artistiek.